Wonen in een stadje op een duin


Wie in Couperusduin 3 woont, woont eigenlijk in een bijzonder stukje Haagse architectuurgeschiedenis. We lopen misschien dagelijks door de hal, langs de galerij, door de binnentuin of naar de garage zonder er steeds bij stil te staan, maar ons gebouw is niet zomaar een appartementencomplex. Couperusduin is ontworpen vanuit een uitgesproken visie: wonen in de stad moest compact kunnen zijn, maar wél menselijk, groen, gevarieerd en verbonden met de omgeving.

Die visie kwam van architect Sjoerd Schamhart, samen met Hans van Beek. Schamhart was een echte Haagse architect. Hij werd in 1919 geboren in Genua, maar kwam als kind naar Den Haag en bleef zijn leven lang intensief betrokken bij de stad. Hij was niet alleen ontwerper, maar ook een kritische Hagenaar die vond dat gebouwen iets moesten toevoegen aan hun omgeving. Later stond hij aan de basis van Atelier PRO, een bureau waarvan de naam staat voor Plek, Ruimte en Ontwikkeling. Dat zegt eigenlijk precies hoe hij dacht: begin bij de plek, begrijp de ruimte en ontwikkel daaruit het gebouw.

Couperusduin ontstond op een beladen en bijzondere locatie: de plek van de voormalige Alexanderkazerne. Waar ooit militair terrein lag, moest een nieuw woongebied komen dat paste bij de Archipelbuurt. Schamhart en Van Beek wilden niet simpelweg een groot blok neerzetten. Ze wilden het oude duinlandschap, dat in de negentiende eeuw deels was verdwenen, op een nieuwe manier terugbrengen. Daarom ligt Couperusduin verhoogd, met binnentuinen die als glooiende duinen zijn vormgegeven. Zelfs zand van de locatie werd opnieuw gebruikt. Een mooi detail: klinkers van de gesloopte kazerne kregen een tweede leven in muurtjes en paden in het complex. Zo zit de geschiedenis letterlijk in het gebouw verwerkt.

Het ontwerp van Couperusduin was in de jaren zeventig opvallend vernieuwend. Schamhart en Van Beek verzetten zich tegen het idee van de eindeloze flat: lange gebouwen met overal dezelfde woning, dezelfde voordeur en dezelfde uitstraling. Zij wilden juist variatie. Niet iedereen woont hetzelfde, dus waarom zouden alle woningen hetzelfde moeten zijn? In Couperusduin kwamen daarom verschillende woningtypen: appartementen, split-levelwoningen, woningen aan corridors, aan galerijen, bij trappenhuizen en aan balkons. Sommige woningen kijken uit op binnentuinen, andere hebben weer een heel ander perspectief op de stad.

Die variatie zie je ook aan de buitenkant. De gevel is geen strak raster, maar een levendige compositie van balkons, ramen, galerijen, trappen en lichtgele baksteen. Het gebouw slingert als een grillige S door de ruimte. Die S-vorm is niet zomaar bedacht; de richtingen van de bouwdelen zijn afgeleid van het omliggende stratenpatroon. Daardoor sluit Couperusduin aan op de buurt in plaats van er los van te staan. Het gebouw is groot, maar probeert niet massief te voelen. Het zoekt juist openingen, doorzichten en relatie met de omgeving.

Een ander leuk feitje is dat Couperusduin werd gezien als een voorbeeld van experimentele woningbouw. Dat klinkt misschien zwaar, maar het ging om een heel praktische vraag: hoe kun je veel woningen bouwen op weinig grond, zonder dat bewoners zich opgesloten voelen? Het antwoord van Schamhart en Van Beek was: combineer hoge dichtheid met ruime binnentuinen, slimme ontsluiting en veel verschil tussen woningen. Couperusduin werd daardoor wel eens omschreven als een stad in het klein. Niet één gebouw met anonieme gangen, maar een mini-stadsdeel met routes, hoogteverschillen, ontmoetingsplekken en eigen sferen.

Voor ons als bewoners is dat misschien wel het mooiste aan Couperusduin. Het gebouw is niet alleen bedacht om in te wonen,
maar ook om je ergens thuis te voelen. De binnentuinen zorgen voor lucht en groen. De verschillende entrees, gangen en looproutes maken dat het gebouw steeds weer anders aanvoelt. En wie goed kijkt, ziet overal kleine ontwerpkeuzes die iets vertellen over Schamharts overtuiging: goede architectuur is niet alleen mooi, maar ook sociaal.

Juist daarom blijft Couperusduin interessant. Het is een gebouw uit de jaren zeventig, maar de ideeën erachter zijn nog verrassend actueel. Verdichten, vergroenen, duurzaam omgaan met ruimte, rekening houden met verschillende bewoners, hergebruik van materialen en bouwen met respect voor de plek: het zijn thema’s waar stedenbouwers vandaag nog steeds mee bezig zijn.

Misschien is dat wel de grootste kracht van Couperusduin 3. We wonen niet alleen aan de Burgemeester Patijnlaan, maar in een ontwerp dat ooit bedoeld was als antwoord op de vraag hoe stedelijk wonen beter kon. Schamhart wilde geen gewone flat maken. Hij wilde een levendig, Haags woonlandschap creëren. En dat is precies wat Couperusduin, met al zijn gangen, tuinen, balkons, bochten en verhalen, nog altijd is.