Wie in Couperusduin 3 woont, kent het gevoel waarschijnlijk wel. Je stapt de deur uit, kijkt de Burgemeester Patijnlaan op, en ziet meteen waarom dit zo’n bijzondere plek in Den Haag is. De brede laan, de statige huizen, het groen, de rust, en tegelijk de nabijheid van de stad, het Vredespaleis en Scheveningen. Het is een straat met allure. Een straat die iets deftigs en Haags in zich draagt. Maar achter die naam, Burgemeester Patijn, schuilt ook een echt verhaal. Een mensenleven. Een bestuurder van vlees en bloed.
Dit verhaal begint niet in Den Haag, maar in Wadenoijen, waar Jacob Gerard Patijn op 7 april 1836 werd geboren. Het Nederland van toen was een ander land dan nu: kleiner, rustiger, minder snel. Geen auto’s, geen trams zoals we die later zouden kennen, geen telefoon, geen modern stadsleven. In die wereld groeide Patijn op. Hij koos voor een studie rechten en ontwikkelde zich tot een man van kennis, plichtsgevoel en openbare verantwoordelijkheid. Dat klinkt misschien plechtig, maar het zegt vooral dat hij iemand was die zijn talenten niet alleen voor zichzelf gebruikte. Hij wilde meehelpen aan het bestuur van land en stad.
Voor hij burgemeester van Den Haag werd, had Patijn al een indrukwekkende loopbaan opgebouwd. Hij werkte in de rechtspraak, hield zich bezig met wetgeving en zat in de Tweede Kamer. Hij stond bekend als een bedachtzaam en kundig man, niet iemand van grote gebaren, maar juist iemand die rust en betrouwbaarheid uitstraalde. Misschien is dat wel precies het soort bestuurder dat goed past bij Den Haag: een stad waar waardigheid vaak belangrijker is dan drukte.
Toen Jacob Gerard Patijn in 1882 burgemeester van Den Haag werd, kwam hij aan het hoofd te staan van een stad die volop in ontwikkeling was. Den Haag was al het centrum van bestuur en hofleven, maar begon in die jaren ook zichtbaar te veranderen. De stad groeide, moderniseerde en kreeg meer uitstraling. Nieuwe straten en verbindingen werden aangelegd, voorzieningen kwamen erbij en het stadsleven werd rijker en comfortabeler. Tijdens zijn bestuur ontstonden onder meer de Paleisstraat en het Verversingskanaal, deed de telefoon zijn intrede en werd het eerste deel van De Passage geopend. Ook in Scheveningen veranderde veel: daar verscheen het eersteKurhaus, symbool van een badplaats in opkomst.
Als je daar even bij stilstaat, is het eigenlijk een mooie gedachte. De stad die wij nu kennen — de elegante, internationale, soms bijna vanzelfsprekend mooie stad waarin wij wonen — werd in die jaren voor een deel gevormd. Niet precies zoals nu, natuurlijk, maar wel in de richting van het Den Haag dat wij herkennen. En burgemeester Patijn stond in die periode aan het roer.
Misschien maakt dat de naam van onze straat juist zo passend. De Burgemeester Patijnlaan is niet zomaar een straatnaam op een bordje. Het is een herinnering aan een tijd waarin Den Haag groeide in zelfbewustzijn en stijl. Een tijd waarin bestuurders nog letterlijk meebouwden aan het karakter van de stad. Als bewoners van Couperusduin 3 wonen wij dus niet alleen aan een mooie laan, maar ook aan een stukje geschiedenis.
In 1883 laat burgemeester Patijn door architect H. Wesstra Jr een van de vier huizen aan het Bankaplein bouwen (nummer 3). Het werd de ambtswoning. Patijn bleef niet zijn hele leven burgemeester. In 1887 eindigde zijn periode in Den Haag. Daarna bekleedde hij opnieuw belangrijke functies, onder meer bij de Hoge Raad en later als Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland. Hij overleed op 27 maart 1911 in Den Haag. Daarmee sloot zich het leven van een man die hier niet geboren was, maar die onmiskenbaar met de stad vergroeid raakte.
Zijn naam bleef. En niet alleen door zijn eigen verdiensten: ook zijn zoon zou later burgemeester van Den Haag worden. Toch begint het verhaal bij de vader, Jacob Gerard Patijn. Bij de jurist uit Wadenoijen, die uitgroeide tot bestuurder van een stad die in beweging was. En uiteindelijk tot naamgever van een van de mooiste lanen van Den Haag.
Voor ons, bewoners van Couperusduin 3, geeft dat misschien nét wat extra betekenis aan ons adres. We wonen niet alleen aan een mooie laan. We wonen aan een straat met een verhaal. En als je straks weer naar buiten loopt, is het best aardig om te bedenken dat achter die deftige naam op het straatnaambord ooit een echte man schuilging — iemand die, op zijn eigen rustige en degelijke manier, heeft meegeholpen Den Haag te maken tot de stad die wij vandaag zo waarderen.
De man achter onze straat: Burgemeester Patijn